LIEFHEBBER ARIE JANSSEN VAN DOORN

‘Ik kijk altijd naar NK veteranen uit’

Voor Arie Janssen van Doorn is het nooit een punt. Het NK veteranen staat elk jaar rood omcirkeld in zijn agenda. ‘Ik kijk er altijd naar uit net zoals mijn vrouw Jeanet, die altijd meegaat en dan haar eigen programma heeft. Ik doe nu dan ook al voor de achttiende keer mee. Alleen vorig jaar lukte het niet in verband met ziekte van mijn vrouw”.
De 75-jarige Wageninger is een echte liefhebber maar vindt ook het sociale aspect belangrijk. “We hebben het altijd gezellig met elkaar. Het is een jaarlijks weerzien van oude bekenden”.
Als kind werd er thuis al fanatiek gedamd door zijn vader, broers Wim en Johan en zus Steinie. “Er was in die tijd ook weinig andere afleiding”. Ook in de schooldamcompetitie kon hij zich uitleven maar lid worden van WSDV mocht nog niet. “Ik moest van mijn ouders eerst de mulo afmaken. Dammen zou voor te veel afleiding zorgen”.
Pas op zijn zestiende ging hij zijn krachten in clubverband meten, wat hem goed afging. “Ik kon gelijk aardig meekomen. Het lukte hem zelfs een keer clubicoon ir. Geert van Dijk (Nederlands kampioen en vice-wereldkampioen) in het clubkampioenschap de titel af te snoepen. “Ik heb maar één keer een punt tegen hem gehaald toen hij in een zetje liep en met remise nog goed wegkwam”.
Arie die ook nog heeft gevoetbald, is een echte WSDV’er maar damde toch twee jaar bij het een klasse hoger spelende Bennekom waar hij ook clubkampioen werd. “Ik heb wel met Bennekom afgesproken dat ik na twee jaar weer naar Wageningen zou teruggaan en heb dat ook gedaan”.

Ereklasse

Afgelopen seizoenen speelde hij in de hoofdklasse met WSDV 2 waarmee hij de titel pakte en naar de ereklasse promoveerde. ”Een unieke prestatie van ons team. Nee, ik kijk niet tegen de ereklasse met al die grootmeesters op. Ik vind dat juist een bonus en een enorme uitdaging. Dat ik normaal gesprokenweinig punten zal pakken, ach…..”.
Hij hielp Henk Kleinrensink aanvankelijk met hand- en spandiensten en later als mede-organisator voor het toen nog ONK veteranen dat vijftien jaar in Wageningen een groot succes was. “Na de coronaperiode moesten we ermee stoppen, zaten met 84 man in De Doorbraak op elkaar geperst. Het gebouw was er niet meer voor geschikt. Het bestuur heeft het nog elders geprobeerd maar dat bleek financieel niet haalbaar. Mooi dat de stichting The Hague Open het nu heeft voortgezet”, stelt Arie die ook een trouwe deelnemer is aan het EK en WK veteranen.
“Daardoor speel je ook nog eens in landen waar je normaal niet zo gauw komt zoals Bulgarije, Wit-Rusland en Letland”, aldus de Wageninger die als veteraan op NK,EK en WK nooit de titel heeft veroverd maar wel diverse bekers, medailles en diploma’s in zijn prijzenkast heeft staan. “En ik heb het toernooi in Lent een keer gewonnen”.
Hij blijft het spelletje leuk vinden. “Ik ontdek elke keer opnieuw dat het niet saai is. De scherpte is wel minder geworden maar daar staat mijn routine tegenover. Trouwens het is zoals Van Dijk destijds al zei: een goede zet kost net zoveel tijd als een slechte”.

Tweede en derde ronde
In de eerste dubbele ronde konden in de aula van het Grotius College niet alleen een aantal mooie, principiële partijen worden genoteerd maar werd er af en toe ook flink geblunderd. Zo overzag Gert Stiekema tegen zijn clubgenoot Bonne Douma op de elfde zet een ‘kleintje’ zoals wijlen Evert Bronstring het placht te noemen, wat hem twee schijven kostte. En thuisspeler Willy Heeringa moest een moment van onoplettendheid duur bekopen waarvan Jeanet Stel gretig profiteerde. Zij viel ‘s middags wel van haar roze wolk af toen haar defensie tegen Paul Teer net niet toereikend bleek.
Bovenin speelden de zes spelers met de maximale score tegen elkaar. Edwin de Jager ontdeed zich soepel van zowel Jan Willem Hoeve als Arie de Bruijn, die een remisecombinatie miste en langzaam maar zeker werd gewurgd. De Jager leidt nu samen met Frank Teer de dans. De Brabantse oud-kampioen maakte met een doorbraak Leo van der Laan een illusie armer en riep vervolgens Berend Plijter met een forse aanvalspartij tot de orde. Alfons Ottink en Daaf Kasse gingen van kop af door elkaar in evenwicht te houden. Dat gebeurde in een spannende partij waarin de beste kansen voor Ottink leken maar hij het juist was die naar de remise moest afwikkelen. ‘s Ochtends had hij op basis van een betere techniek Be Eggens verslagen terwijl Kasse stijlvol Fons Huijbreghts opknoopte.

Dubbeldekker
Ook Peter van der Stap volgt op één punt. Hij miste volgens de computer na een damcombinatie een kansrijker plan. Nu kon Paul Teer de dubbeldekker voor gelijkspel afnemen met remise als resultaat. In de derde ronde strafte de titelverdediger een dubieuze partijopzet van zijn tegenstander hardhandig af. Peter Frans Koops kon met een bord vol schijven opgeven.
Ook Anton Schotanus trok bij. De Friese veteraan kwam een tempo tekort voor de winst op Frans van Eenennaam maar maakte Harry Zandvliet op klaarlichte dag een schijf afhandig. Anton Kosior kon net niet winnen van Arie Janssen van Doorn maar wist vanuit het niets op z’n Kosiors toch nog Harry Clasquin (‘Ik wist dat het zou kunnen gebeuren, net als vorig jaar. Ik sprak mezelf nog toe maar toch gebeurde het’) te verschalken.
Mede-titelfavoriet Andrew Tjon A Ong moest tegen Coen Bommel na een interessante partij zijn tweede remise incasseren. Tegen Arie Janssen van Doorn werd het eveneens een gelijkwaardige puntendeling. Bommel voegde zich via Bert Roest bij de achtervolgers. Dat deden ook Han Seinhorst die in een ouderwetse ‘Keller’ door Bert Dollekamp werd weggespeeld maar van een vorm van damblindheid van zijn opponent profiteerde en Ruud Kloosterman die de partij tegen Wim Koopman liet kantelen.

Stand bovenin:
1 en 2; De Jager en Teer 6;
3 t/m 11. Bommel, Kasse,
Kloosterman, Kosior, Ottink, Schotanus, Seinhorst, Paul Teer en Van der Stap 5.

Dit vind je misschien ook leuk...